Vetplanten slaan water op in hun dikke, vlezige bladeren en hebben daardoor weinig water nodig. In de zomer geef je eens per twee weken een flinke scheut water, maar alleen als de grond volledig is opgedroogd. In de winter verlaag je dit naar eens per drie tot vier weken, of nog minder als de plant op een koele plek staat. Giet altijd direct op de grond en vermijd water op de bladeren, want stilstaand vocht op het blad veroorzaakt schimmel en rot. Laat nooit water in de schotel staan. Het belangrijkste bij vetplanten is dat je ze liever te weinig dan te veel water geeft, want wortelrot door overwatering is de meestvoorkomende fout.
Vetplanten komen uit droge gebieden en zijn prima gewend aan lage luchtvochtigheid. De gemiddelde huiskamerlucht is uitstekend geschikt, zelfs in de winter als de verwarming draait en de lucht extra droog wordt. Sproei vetplanten niet, want extra vocht op de bladeren vergroot het risico op schimmel en bladrot. Een goed geventileerde ruimte is ideaal. Vochtige ruimtes zoals de badkamer zijn niet geschikt voor vetplanten.
Vetplanten houden van veel licht en gedijen het best op een plek met direct zonlicht. Een zuidraam is ideaal, of anders een oost- of westraam dicht bij het glas. Bij te weinig licht worden vetplanten langgerekt en verliezen ze hun compacte rozet-vorm. De meeste vetplanten in deze mix kunnen in de zomer prima buiten staan op een zonnige, beschutte plek, maar laat ze geleidelijk wennen aan het buitenlicht om verbranding te voorkomen. Bescherm ze buiten tegen langdurige regen.
Vetplanten voelen zich thuis bij een kamertemperatuur tussen 18 en 25 graden Celsius. De meeste soorten verdragen in de winter best een koelere plek tot 10 graden, en sommige soorten hebben zelfs een koele winterrust nodig om in het voorjaar te bloeien. Vermijd wel langdurige vorst, want de meeste vetplanten in deze mix zijn niet winterhard. Tocht is geen groot probleem, maar plotselinge temperatuurdalingen kunnen stress veroorzaken.
Geef vetplanten eens per maand voeding tijdens het groeiseizoen van april tot september. Gebruik hiervoor speciale cactus- en vetplantenvoeding, die is samengesteld met de juiste verhouding voedingsstoffen voor deze planten. Verdun de voeding altijd volgens de aanwijzingen op de verpakking of gebruik zelfs de halve dosis, want overbemesting kan de wortels beschadigen. In de winter krijgen vetplanten geen voeding, ze rusten dan en nemen extra voedingsstoffen niet op.
Vetplanten groeien langzaam en hoeven maar eens per twee tot drie jaar verpot te worden. Gebruik altijd speciale cactus- en vetplantengrond die luchtig is en snel water doorlaat, eventueel gemengd met extra perliet of grof zand. Kies een pot die een klein beetje groter is dan de huidige, vetplanten houden van krappe potten en in een te ruime pot blijft de grond te lang vochtig. Zorg dat de pot een drainagegat heeft, dit is absoluut essentieel. Verpot bij voorkeur in de lente en wacht een week met water geven na het verpotten zodat eventueel beschadigde wortels kunnen drogen.
Veelvoorkomende problemen en oplossingen
langgerekte groei: Wanneer een vetplant lange, ijle stengels krijgt en de bladeren steeds verder uit elkaar gaan staan, is er te weinig licht. Verplaats de plant naar een zonniger plek. De bestaande vervorming gaat niet meer weg, maar je kunt het bovenste gezonde deel afsnijden en als stek opnieuw laten wortelen.
zachte of doorzichtige bladeren: Zachte, waterige of doorzichtige bladeren zijn een teken van overwatering. Laat de grond volledig opdrogen en controleer of de wortels niet rotten. Bij rot verwijder je de aangetaste delen en plant je de vetplant in verse droge grond. Pas je gietschema aan en geef minder water.
verschrompelde bladeren: Gerimpelde of verschrompelde bladeren aan de onderkant van de rozet zijn normaal verouderingsproces en kun je voorzichtig verwijderen. Als de hele plant verschrompelt, heeft hij te weinig water gehad. Geef een goede scheut water en de bladeren vullen zich meestal binnen een paar dagen weer.
witte of grijze waas op bladeren: Een witte of grijze poederachtige laag op de bladeren is de natuurlijke waslaag die vetplanten beschermt tegen uitdroging en te fel zonlicht. Dit is geen ziekte en moet je niet afvegen. Bij een plakkerige witte substantie in plukjes gaat het waarschijnlijk om wolluis, dan moet je de plant behandelen met een wattenstaafje gedoopt in spiritus of een biologisch bestrijdingsmiddel.