De Spathiphyllum heeft een gemiddelde tot hoge waterbehoefte en laat duidelijk merken wanneer hij dorst heeft: de bladeren gaan dan zichtbaar hangen en herstellen vaak binnen een uur na een goede gietbeurt. In de zomer geef je de plant eens per week water en houd je de grond licht vochtig zonder dat hij kletsnat wordt. In de winter zak je terug naar eens per één tot twee weken en laat je de bovenste laag grond opdrogen tussen de beurten door. Giet altijd op de grond, niet over het blad, en haal overtollig water uit de schotel zodat de wortels niet langdurig in een waterlaag staan. Hangende bladeren zijn weliswaar een handig signaal, maar herhaalde droogtepieken zijn niet goed voor de plant; probeer ze te beperken tot incidenten in plaats van een routine.
De Spathiphyllum komt oorspronkelijk uit tropische regenwouden en gedijt het best bij een hoge luchtvochtigheid. Sproei het blad regelmatig, minimaal één keer per week, om de luchtvochtigheid rondom de plant te verhogen en bruine bladpunten te voorkomen. In een droge winterhuiskamer met de verwarming aan is sproeien bijna noodzakelijk. Een vochtschaal met hydrokorrels onder de pot of een plek tussen andere planten verhoogt de luchtvochtigheid op een rustigere manier dan alleen sproeien. Vermijd plaatsing direct boven of naast een verwarmingsradiator, want de droge warme luchtstroom verschroeit de bladranden en lokt spint aan.
De Spathiphyllum is een van de weinige kamerplanten die echt goed met weinig licht overweg kan en daarmee ideaal is voor schaduwrijke hoeken van het huis. De ideale standplaats is voor een noordraam of op twee tot drie meter afstand van een west- of oostraam. Felle directe zon verdraagt hij niet; de bladeren verbranden snel, dus een zuidraam is alleen geschikt als er een lichte gordijn of voldoende afstand tussen plant en glas zit. Te weinig licht heeft een merkbaar effect op de bloei: in de schemerigste hoeken blijft de plant groen maar bloeit hij weinig tot niet, dus zoek een lichtere plek als je waarde hecht aan de witte bloemen. De Spathiphyllum is tochgevoelig, dus houd hem weg van regelmatig geopende ramen, deuren of de luchtstroom van een airco.
De Spathiphyllum voelt zich het prettigst tussen 18 en 25°C, wat keurig binnen de gewone Nederlandse kamertemperatuur valt. De minimumtemperatuur ligt rond de 12°C; zak hier niet onder, want kou beschadigt de wortels en doet de bladeren slap hangen op een manier die niet herstelt met water. Een koude vensterbank in de winter is daarom een risico; verschuif de plant naar binnen toe als het glas te kil wordt. Stabiele kamertemperatuur het hele jaar door werkt het best en vermijd plekken waar warme verwarmingslucht en koude tocht elkaar afwisselen, want die schommelingen zijn voor de plant net zo stressvol als regelrechte kou.
Tijdens het groeiseizoen — van april tot en met september — geef je de Spathiphyllum eens per twee weken een dosis algemene kamerplantenvoeding. Volg de doseerinstructies op de verpakking en geef voeding alleen aan een gegoten, niet uitgedroogde plant, anders kun je de wortels verbranden. In de winter zit de plant in rust en geef je geen voeding, omdat de extra voedingsstoffen zich dan ophopen in de grond. Een teken van overbemesting zijn bruine bladpunten zonder dat de luchtvochtigheid of het kraanwater de schuldige is; pas in dat geval de dosering aan of spoel de pot eens door met schoon water.
De Spathiphyllum vraagt om de twee jaar om een nieuwe pot, bij voorkeur in de lente wanneer de groei weer aantrekt. Kies een pot met een diameter die ongeveer 20% groter is dan de oude; te grote potten houden te veel vocht vast en vergroten de kans op wortelrot. Gebruik humusrijke potgrond gemengd met perliet voor goede luchtcirculatie rond de wortels, en zorg voor voldoende drainagegaten in de pot. Na het verpotten geef je een goede gietbeurt en zet je de plant terug op zijn vertrouwde plek; even een week of twee acclimatiseren is normaal, en wat hangend blad direct na het verpotten herstelt vrijwel altijd vanzelf.
Veelvoorkomende problemen en oplossingen
Hangende bladeren: het meest karakteristieke en bekendste signaal van de Spathiphyllum. In bijna alle gevallen betekent het dat de plant water nodig heeft, en na een goede gietbeurt staan de bladeren binnen een uur weer overeind. Herhaalde droogtepieken zijn op den duur wel schadelijk, dus probeer de plant niet structureel uit te laten drogen.
Bruine bladpunten: meestal veroorzaakt door te droge lucht of fluorrijk kraanwater. Verhoog de luchtvochtigheid door regelmatiger te sproeien of een vochtschaal te plaatsen, en stap eventueel over op regenwater of een nacht uitgestaan kraanwater. Bestaande bruine punten verdwijnen niet meer; je kunt ze met een schaar netjes terugknippen langs de bladvorm.
Geen bloei: te weinig licht is bijna altijd de oorzaak. Verplaats de plant naar een lichtere plek, bij voorkeur voor een west-, oost- of beschut zuidraam. Bedenk wel dat heel jonge Spathiphyllum-planten soms ook simpelweg nog niet bloeibaar volwassen zijn; geef het in dat geval een seizoen of twee.
Wolluis, spint en schildluis: wolluis verschijnt als wit-pluizige plekjes in de bladoksels en op de bladstelen; verwijder ze met een wattenstaafje gedrenkt in spiritus. Spint duidt op te droge lucht en is te herkennen aan fijne webbetjes; regelmatig sproeien voorkomt het grootste deel. Schildluis ziet eruit als kleine bruine schubjes die op de bladonderkant en stengels vastzitten; verwijder ze handmatig en herhaal wekelijks tot de plaag weg is.
Giftigheid voor huisdieren en mensen: de Spathiphyllum bevat calciumoxalaat-kristallen en is daarmee giftig voor zowel mensen als huisdieren. Bij kauwen op de plant treedt pijn en zwelling op van mond en lippen, voor zowel mens als dier. Houd de plant buiten bereik van kleine kinderen, katten en honden, en was je handen na verpotten of bladafstoffen.